Meerkoet

Meerkoet 2017-04-08T22:09:07+00:00

Meerkoeten eten in de wintermaanden voornamelijk gras

De meerkoet (Fulica atra) komt voor in Europa, Azië, Australië en delen van Afrika. Van oorsprong is de Meerkoet een echte moerasvogel, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie. Meerkoeten zijn zwakke vliegers en verplaatsen zich vooral lopend en zwemmend. Ze eten onder meer insecten, waterslakken, visjes, wormen, waterplanten, zaden en in de wintermaanden voornamelijk gras.

Meerkoeten zijn zeer territoriaal tijdens het broedseizoen en gevechten komen dan ook veelvuldig voor. Over het algemeen vechten de mannetjes alleen tegen andere mannetjes en de vrouwtjes alleen tegen andere vrouwtjes. Tijdens de herfst en winter vormen meerkoeten echter vaak grote groepen die gezamenlijk voedsel zoeken op graslanden. Op deze manier zijn meerkoeten minder kwetsbaar voor roofdieren, omdat ze met al die vele ogen en oren, sneller worden opgemerkt.

In het broedseizoen (maart-augustus) wordt een nest op het water gebouwd van waterplanten, gras en drijvend afval als plastic en papier. Gemiddeld worden er 9 eieren gelegd, die na 24 dagen uitkomen. De jongen worden eerst nog enige tijd op het nest gevoerd met insecten waarna ze uiteindelijk met de ouders mee kunnen zwemmen (semi-nestvlieders). Er blijven uiteindelijk maar 1 of 2 jongen over omdat de jongen een gewilde prooi zijn voor reigers en meeuwen maar ook omdat de ouders niet genoeg voedsel kunnen verzamelen voor alle jongen. Na 8 weken zijn de overgebleven jongen volledig zelfstandig.

De meerkoet als patiënt

Volwassen meerkoeten worden vooral in de herfst- en wintermaanden binnengebracht.
Deze meerkoeten zijn vaak slachtoffer geworden van aanrijdingen, omdat ze in deze maanden vooral gras eten en vanuit de berm dus plotseling de weg kunnen oversteken. De meerkoeten worden behandeld aan hun verwondingen en na revalidatie weer vrijgelaten op waterrijke plekken. In de lente- en zomermaanden worden er ook regelmatig jonge meerkoeten binnengebracht. Deze jongen worden bij het Vogelhospitaal onder een warme lamp geplaatst en krijgen een zorgvuldig samengesteld menu voorgeschoteld die ze over het algemeen direct zelfstandig kunnen eten. Een enkele keer komt het voor dat we eerst een tijdje voedsel met een pincet moeten aanreiken voordat ze zelfstandig beginnen te eten. Wanneer de jongen groot genoeg zijn om het zelfstandig te kunnen redden worden ze vrijgelaten. Om te voorkomen dat ze direct weggejaagd worden, proberen we ze altijd vrij te laten in een gebied waar geen territoriaal paartje meerkoeten zit.