Wintertips

||Wintertips
Wintertips 2017-07-13T12:31:32+00:00

Het Vogelhospitaal is in 1956 opgericht om vogels in strenge winters te helpen. Als het streng gaat vriezen gaan we nog steeds erop uit om de wilde vogels te helpen.

Wat kun jij doen in de winter

Tuinvogels kunnen als het vriest of er sneeuw ligt, weinig voedsel vinden. Als je wat strooit komen de vogels graag langs. Er is speciaal vogelvoer voor tuinvogels te koop, maar je kunt ook voeren met zonnebloempitten, tarwe, kippenvoer, mais of meelwormen. Hang in de tuin of op het balkon een vetbol en leg wat ongebrande pinda’s, rozijnen, speciale vogel pindakaas, of fruit neer op een plankje of in een vogelhuisje.

De vogelbescherming in België heeft een wintervoedertabel gemaakt waarop je kunt zien welke vogel wat graag eet. De Vogelbescherming Nederland heeft ook veel informatie op hun site staan over het voeren van vogels. Ook bieden zij in hun webshop vogelvoer voor alle seizoenen aan.

Zorg ervoor dat de voerplaats op een plek staat waar de vogels goed hun vijanden kunnen zien aankomen en hou het sneeuwvrij.

Bij lichte vorst kun je een schaaltje water neer zetten (voeg geen suiker of zout toe!). Ververs de bakjes regelmatig zodat het water niet bevroren raakt en de vogels erin vastvriezen. Gebruik bakjes van steen of kunststof, geen metaal. Bij sneeuw, pikken de vogels wel in de sneeuw. Bij strenge vorst is het een optie om vergruist ijs aan te bieden, dat pikken ze dan ook wel op.

Watervogels vinden normaal gesproken hun voer in het water en op de kant waar ze grazen. Omdat het gras en de grond bevroren zijn kan in een vorstperiode voor deze dieren, zoals eenden, ganzen en zwanen het best een wak worden gemaakt, dat vervolgens ook ‘open’ wordt gehouden. Zodat ze toegang tot het water blijven behouden, kunnen drinken en nog wat eten kunnen vinden.

Let wel op dat het wak duidelijk wordt afgezet met stro(balen) of kleurige linten, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.

Bijvoeren van de watervogels kan met tarwe, kippenvoer, fijn gesneden andijvie of sla. Bijvoeren op de kant (niet in het water). Reigers zijn het meest gebaat bij vlees en vis of bijvoorbeeld zacht kattenvoer.

Waar moet je op letten

Er zijn wel enkele zaken waar je op moet letten:

Voer en water: Geef geen producten met zout, geen melk, geen boter of margarine (dit werkt laxerend) en geen gekookte etensresten. Zorg dat de voerplek schoon blijft en pas op met bederven. Hang vetbollen niet in de zon! Doe geen zout of suiker in het drinkwater en gebruik geen metalen bakjes.

Vastvriezen: Bij strenge vorst kunnen watervogels soms vastvriezen omdat ze onvoldoende vet hebben om hun veren waterafstotend te houden. Als je een vastgevroren vogel ziet, kun je de Dierenambulance bellen. Als je besluit toch zelf hulp te bieden, wees voorzichtig!! Giet nooit kokend water op het ijs of trek de vogel los, maar zorg dat de vogel met een rand ijs erbij wordt uitgehakt. Neem de vogel met ijs erbij mee naar een rustige onverwarmde plek (nooit bij de kachel!) en bel alsnog de Dierenambulance of breng de vogel naar het Vogelhospitaal.