Huismus

Huismus 2017-05-09T12:12:21+00:00

Nesten en verblijfplaatsen van de huismus zijn sinds 2009 het hele jaar rond beschermd

De huismus (Passer domesticus) komt op alle continenten van de wereld voor met uitzondering van Antarctica. In theorie kan men aannemen dat waar mensen leven ook huismussen voorkomen. De huismus is een echte cultuurvolger en maakt bij de verspreiding volop gebruik van de mogelijkheden die de mens biedt, voornamelijk op het gebied van voeding en nestgelegenheid.

De huismus is een kolonievogel en broedt met tientallen tegelijk. Ze benutten iedere geschikte locatie in onder meer gebouwen, klimop, struiken en vogelhuisjes. Ze gebruiken het nest het hele jaar door; in de herfst en winter als rust- en slaapplek en in het voorjaar en zomer om hun jongen in groot te brengen. Het broedseizoen loopt van april tot augustus en de meeste vogels krijgen twee tot drie nesten per jaar, al is een vierde nest in een goed jaar niet ongewoon. Het vrouwtje legt 2 tot 5 eieren, die na 13 dagen uitkomen. Beide ouders voeden de jongen met eiwitrijk dierlijk materiaal. Na 15 dagen vliegen de jongen uit, maar omdat ze dan nog niet voor zichzelf kunnen, nemen de ouders nog een week de tijd om de jongen te leren om te overleven. Meestal neemt het mannetje deze laatste taak op zich, zodat het vrouwtje kan beginnen met het volgende nest.

De huismussenpopulatie is sinds de jaren 1970 afgenomen. De belangrijkste oorzaken zijn vermoedelijk de afname van schuil- en nestgelegenheid door de bouw van minder geschikte dakconstructies op gebouwen en een andere stedelijke inrichting met minder heggen en struiken, rommelhoekjes en een afname van het voedselaanbod. Nesten en verblijfplaatsen zijn sinds 2009 het hele jaar rond beschermd. Dat houdt in dat nesten, schuilplaatsen en slaapplaatsen van de huismus niet zonder mitigerende (vervangende) maatregelen mogen worden verwijderd of afgesloten. Tegenwoordig lijkt het er op dat het aantal broedparen in Nederland stabiliseert.
De Huismus als patiënt

De meeste volwassen huismussen komen binnen als raam- of kattenslachtoffer. In het Vogelhospitaal worden ze behandeld en na revalidatie weer losgelaten. Jonge mussen zijn vaak vroegtijdig uit het nest gevallen en/of kattenslachtoffer geworden. Afhankelijk van de leeftijd en veerbegroeiing krijgen deze jongen een nestje en warmte aangeboden. Daarnaast wordt er een zo gevarieerd mogelijk menu samengesteld die we met een pincet kunnen aangeven. Naarmate de mussen zelfstandig beginnen te eten, verplaatsen we ze naar een volière waar ze genoeg ruimte hebben om vliegoefeningen te doen. Wanneer ze goed genoeg kunnen vliegen, worden ze losgelaten.