Stichting Vogelrampenfonds
GESCHIEDENIS VAN DE STICHTING VOGELRAMPENFONDS:
Het was in de zeer strenge winter, februari 1956, dat dhr. F. Keijser tijdens een uitje met zijn gezin,
werd getroffen door de rampzalige situatie waarin honderden vastgevroren vogels verkeerden. Hij
besloot dat er zo snel mogelijk een organisatie opgebouwd moest worden om deze dieren middels
allerlei acties te helpen. Met de hulp van dhr. G. de Bock en dhr. W. Boers, twee leden van de
Dierenbescherming, werd al gauw een bliksemactie op poten gezet. Via oproepen in de pers, t.v.
en radio, kwamen er veel mensen te hulp en werd er geld, voedsel en informatie over de vogels
ingezameld.
ALGEMEEN:
Het Vogelhospitaal vangt al meer dan 50 jaar vele soorten vogels op. De verschillende jaargetijden vragen ook verschillende soorten opvang. Het voorjaar
brengt veel jonge, ouderloze vogels met zich mee, soms worden complete nesten binnengebracht. Zodra de temperatuur duidelijk begint te stijgen bestaat
ook het risico dat botulisme de kop opsteekt. Jonge egels kunnen van mei t/m september binnenkomen, daarnaast worden er natuurlijk ook oudere egels
gebracht. Tijdens de herfst en winter is het over het algemeen wat rustiger, dit is alleen wel een periode dat er olieslachtoffers kunnen binnenkomen. Storm
en olielozingen bepalen het aantal olievogels dat binnengebracht wordt.
Daarnaast zijn vele vogels het slachtoffer van verkeer, katten en honden, vishaken/vislijnen, etc. We proberen deze vogels zo goed mogelijk hulp te bieden
en ze daarna terug te plaatsen in de natuur.


ONTSTAAN VAN HET VOGELHOSPITAAL:
In de winter van 1962/1963 startte men weer een nieuwe grootscheepse wintervoederactie op en in deze periode stelde de Stadskwekerij een oude
chrysantenkas ter beschikking. Deze kas werd ingeruimd als een soort hospitaal, met verwarming ( een potkacheltje ) en een bijzondere ziekenbroeder,
dhr. Prevoost, bood verzorging. Aanvankelijk werden er veel dieren opgevangen en verzorgd door enkele particulieren, maar verschillende malen bood de
Stadskweektuin dus uitkomst tijdens de wintermaanden met de chrysantenkas, die echter ieder voorjaar weer ontruimd moest worden. De noodzaak tot
een eigen vogelasiel voor het Vogelrampenfonds werd steeds groter. Na een verzoek te hebben gericht aan het Gemeentebestuur van Haarlem, kwam in
968 de toestemming tot plaatsing van een eigen kas in de noordwesthoek van de Stadskweektuinen. En zo werd er een plantenkas in Aalsmeer
aangekocht en geplaatst.
Het werd een succes, waarna het voorlopig gevormde comité koos voor een stichtingsvorm, waaruit de Stichting Vogelrampenfonds Haarlem en
Omstreken werd geboren. Het bestuur werd uitgebreid met mr. B.W. Stomps en de leden J.A. Dorrestein , E.D. des Bouvrie en de dierenarts dr. J.Heck.
Wat later werd ook hun aandacht gevraagd voor het toenemend aantal stookolieslachtoffers, zeevogels langs onze kust. Het werd dus steeds duidelijker
dat de vogels niet alleen in strenge winters, maar het gehele jaar door hulp nodig hadden.
Bij de opbouw en de verdere aanleg van allerlei voorzieningen, zoals gas-, electriciteits- en waterleidingen en
overige kooiuitbouwen, waren onze voormalige beheerder Frank te Boekhorst en zijn vrouw Thera reeds nauw
betrokken. Zij maakten een plek ter verzorging van alle gewonde of zieke, wilde vogels, die indien genezen in de
vrije natuur konden worden uitgezet, waar al weldra een egelopvang aan werd toegevoegd. Met veel vallen en
opstaan hebben zij in de loop der tijd met de hulp van vele vrijwilligers, particulieren en donateurs dit huidige
hospitaal kunnen realiseren.