De zeekoet komt alleen aan land om te broeden

De zeekoet (Uria aalge) is een vogel uit de familie van alken (Alcidae). Ze verblijven hun hele leven op zee; ze komen alleen aan land om te broeden. Zeekoeten kunnen uitzonderlijk goed duiken, waarbij ze tot 180 meter diep komen. Onder water jagen ze op meer dan 24 verschillende vissoorten zoals sprot, haring en zandspiering. Zeekoeten broeden in mei/ juni in kolonies op eilanden in de Atlantische oceaan en rotskusten aan de westkust van Engeland, IJsland en Noorwegen. Ze leggen 1 ei. Het ei heeft de vorm van een peer waardoor het niet gemakkelijk wegrolt en in zee stort. De ouders herkennen hun ei aan de specifieke kleur en tekening. Drie weken nadat het jong uit het ei komt – nog voordat het kan vliegen – springt het onder begeleiding van de vader van de rotsen in zee en trekt het de Noordzee op waar het jong verder wordt opgevoed. Jonge eerstejaars vogels trekken langs de kusten naar Zuid-Europa.

De zeekoet als patiƫnt

Doordat zeekoeten een groot deel van hun leven op zee zitten en duikend aan hun eten komen, zijn ze erg gevoelig voor olievervuiling. Olie in zee is vooral afkomstig van het illegaal schoonspoelen van ladingtanks van tankers en het illegaal lozen van machinekamer afvalolie. In de winterperiode overwinteren veel zeekoeten en andere zeevogels op de Noordzee en Waddenzee omdat daar veel voedsel te halen is. Juist door deze gebieden lopen een paar hoofdvaarwegen van de scheepsvaart. Een kleine hoeveelheid olie kan al dramatische gevolgen hebben voor grote aantallen vogels. De olie op het water dempt enigszins de ruige winterzee en lijkt een aantrekkelijke plek voor vogels om te rusten. Tussen oktober en februari spoelen er daarom grote aantallen dode zeekoeten aan op de Nederlandse kust. Een klein deel van de vogels haalt levend het strand en wordt gestabiliseerd, schoongemaakt en weer teruggeplaatst door het Vogelhospitaal.