Zanglijsters zijn zeer gedreven in het imiteren van andere vogels en mens gemaakte geluiden

De zanglijster (Turdus philomelos) is een lid van de familie van lijsters (waartoe ook onze merel behoort) en komt van nature in Europa en delen van Azië voor. Daarnaast is deze soort, net als vele andere van oorsprong Europese (vogel)soorten, voor sentimentele redenen tussen 1860-1880 door de mens geïntroduceerd in Australië en Nieuw-Zeeland. Letterlijk vertaald betekent Turdus philomelos: “hij die graag zingt” of “liefhebber van de zang”

In de winter trekken de Nederlandse zanglijsters naar het Middellandse zeegebied en komen de wintergasten uit het Noorden bij ons in Nederland overwinteren. Rond januari komen onze vogels al weer terug naar Nederland. De mannetjes beginnen direct op een hoge plek in de ochtend tijdens de schemering en ’s avonds tot het donker wordt te zingen om hun territorium aan te geven en vrouwtjes te verleiden, die meestal iets later terugkomen dan de mannetjes. Zanglijsters zijn ook zeer gedreven in het imiteren van andere vogels en mens gemaakte geluiden als ringtones, die ze vaak verwerken in hun zangrepertoire.

De zanglijster is een omnivoor die vooral op de bosgrond naar insecten, wormen en slakken zoekt. In het najaar en de wintermaanden wordt dit aangevuld met bessen en fruit. Typisch voor de zanglijster is het stuk slaan van slakkenhuizen op een vast plek of steen, de smidse genaamd, om zo bij het malse slakkenvlees te komen.

De broedperiode van de zanglijster begint rond eind maart tot juli. Gemiddeld worden er vijf eieren gelegd, die na twee weken uitkomen. De jongen vliegen na 14 dagen uit, maar zijn dan nog gemiddeld twee weken afhankelijk van beide ouders. In die tijd leren ze van hun ouders alles wat ze moeten weten om zelfstandig te kunnen overleven.

De zanglijster als patiënt

De meeste zanglijsters die bij het Vogelhospitaal binnengebracht worden zijn raamslachtoffer, kattenslachtoffer of een combinatie van beide. Ze worden behandeld aan hun verwondingen en revalideren in een zangvogelvolière waar ze goed in de gaten gehouden kunnen worden. Naarmate ze volledig hersteld zijn, goed genoeg kunnen vliegen en voldoende voedsel tot zich nemen worden ze in een speciaal hiervoor uitgekozen locatie weer vrijgelaten.