Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen

De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. In Nederland was het eerste geregistreerde broedgeval in 1949. Het is nauwelijks voor te stellen hoe snel de uitbreiding van deze soort zich heeft voltrokken. In de tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland staat de Turkse tortel op de zevende plaats.

De tortel bouwt een plat nest bestaande uit losse takjes in een boom of struik. Er worden twee witte eieren ingelegd. Tortels kunnen het hele jaar door broeden, tot wel vijf broedsels per jaar. Na 14 tot 18 dagen zijn de eieren uitgebroed en de jongen vliegen na 15 tot 19 dagen uit. Tortels voeden hun net uitgekomen jongen met vet- en eiwitrijke kropmelk. Deze wittige vloeistof is afkomstig uit cellen in de wand van de krop van beide ouders. Naarmate de jongen ouder worden krijgen ze ook vast voedsel waaronder zaden en fruit. Het dieet van tortels bestaat naast zaden en fruit uit groene planten.

Tortels zijn monogaam en hebben een langdurige paarband die dikwijls alleen verbroken wordt als één van beide partners overlijdt.

De Tortelduif als patiënt

De meeste volwassen tortelduiven komen binnen als verkeersslachtoffer of kattenslachtoffer. Tortels kunnen veelvuldig besmet zijn met parasieten als wormen en coccidiose. In de herfst en winter komen er regelmatig dieren binnen die besmet zijn met trichomoniasis (’t geel). In het beginstadium van deze aandoening kan de ziekte nog goed bestreden worden met medicijnen.

Nadat de duiven in het Vogelhospitaal zijn behandeld en gerevalideerd worden ze op speciaal hiervoor uitgekozen locaties weer vrijgelaten.

Jonge tortelduiven die bij het Vogelhospitaal binnenkomen zijn vaak uit het nest gevallen. Deze jonge duiven krijgen een nestje en worden grootgebracht met duivenpap die wordt gegeven met een speciale kropspuit. Naarmate deze jonge duiven ouder worden krijgen ze een zaadmengsel waarna ze, mits ze goed genoeg kunnen vliegen, worden vrijgelaten.