Als gevolg van klimaatverandering beginnen koolmezen steeds eerder met broeden

De koolmees (Parsus major) komt het gehele jaar voor in bossen, parken en tuinen in heel Europa. De koolmees is vermaard om zijn repertoire aan geluiden. Een beetje koolmees kent wel 40 varianten op de koolmeeszang. De varianten die de koolmees gebruikt zijn bedoeld om andere koolmezen, die ook een territorium zoeken, de indruk te geven dat het gebied al bezet is. In gebieden met veel achtergrond lawaai veranderen koolmezen van toonhoogte. Stadslawaai bestaat namelijk voornamelijk uit lage frequenties. Dat maskeert de lage tonen in een vogellied, die daardoor niet goed hoorbaar worden. In de stad gebruiken koolmezen dus meer hoge tonen om tegen het achtergrondlawaai op te kunnen boksen.

De koolmees broedt oorspronkelijk in holten en neemt in de menselijke omgeving dan ook graag genoegen met een nestkast. Het aantal eieren per legsel kan sterk variëren van 7 tot 15 eieren. Er worden jaarlijks tot twee legsels grootgebracht. De jongen worden enkel met insecten (voornamelijk rupsen) gevoerd. Door klimaatverandering en het daarom steeds iets vroeger intredende seizoen van insecten, vindt tegenwoordig gemiddeld ieder jaar een halve dag eerder het broedseizoen van de koolmees plaats. In 1986 was dit rond 20 maart in vergelijking met 10 maart in 2006. De koolmees reageert echter niet zozeer op temperatuur als prikkel voor de voortplanting, maar het is vooral de daglengte die hier de prikkel geeft. Wil de koolmees succesvol jongen blijven krijgen, dan is het zaak dat de koolmees vroeger gaat broeden. Deze aanpassing kan de koolmees nu nog wel bijbenen, maar de vraag is of hij dat ook nog kan als de ontwikkeling van klimaatopwarming zich doorzet.

De Koolmees als patiënt

De meeste volwassen koolmezen komen binnen als raam- of kattenslachtoffer. In het Vogelhospitaal worden ze behandeld en na revalidatie weer losgelaten. Jonge koolmezen zijn vaak vroegtijdig uit het nest gevallen en/of kattenslachtoffer geworden. Ook wordt er regelmatig een compleet nest met jongen binnengebracht welke door bouwwerkzaamheden verstoord is of waarvan beide ouders slachtoffer zijn geworden van een kat. Afhankelijk van de leeftijd en veerbegroeiing krijgen deze jongen een nestje en warmte aangeboden. Daarnaast wordt er een zo gevarieerd mogelijk menu samengesteld die we met een pincet aangeven. Naarmate de koolmezen zelfstandig beginnen te eten, verplaatsen we ze naar een volière waar ze genoeg ruimte hebben om vliegoefeningen te doen. Wanneer ze goed genoeg kunnen vliegen, worden ze losgelaten.